Limonade die is aangelengd met te veel jaren

Over Films die nergens draaien van Yorick Goldewijk
films cover

‘Cato was twaalf toen haar vader zei dat ze maar eens volwassen moest worden.’ Deze sterke openingszin zet meteen de toon voor het verrassende en aangrijpende boek Films die nergens draaien van  Yorick Goldewijk.  Maar nog veel intrigerender is de beginzin van het volgende hoofdstuk, twee pagina’s verderop:

‘Toen Cato op de wereld was gekomen, had haar moeder hem verlaten. Ze was bijna op de minuut nauwkeurig even lang dood als Cato oud was.’

Dat haar moeder in het kraambed is gestorven, heeft Cato nog niet echt verwerkt. Enerzijds kampt ze met een schuldgevoel, dat ze in alle nuchterhed benoemt: ‘Natuurlijk had ze het niet expres gedaan, maar de feiten waren simpel: als Cato niet was geboren, zou haar moeder nog leven.’ Anderzijds voelt ze ook boosheid: ‘Soms voelde ze boosheid naar alles en iedereen, naar de hele wereld. Omdat het een wereld was waarin Cato en haar moeder niet allebei konden bestaan.’

Ze staat alleen met haar gevoelens. Thuis gaat het steeds moeilijker. Haar vader is de dood van zijn vrouw nooit echt te boven gekomen en gaat ‘als een lege huls door het leven’:

‘Haar vader deed eigenlijk niet veel meer afwezig zijn. Afwezig staren naar de tv, naar de muur, naar het raam. Hij stapte ‘s ochtends vroeg al afwezig uit zijn bed, pakte afwezig koffie en staarde zo een half uur afwezig naar buiten.’

Thuis, dat is ook Cordelia, een opdringerige, bemoeizuchtige alleenstaande buurvrouw:

‘Ze was begonnen als bezorgde, behulpzame buurvrouw die haar hulpeloze, alleenstaande buurman wilde helpen. Heel langzaam, haast ongemerkt, was ze steeds dieper in hun leven binnengedrongen. En nu zat ze hier bij hen aan tafel alsof dat de gewoonste zaak van de wereld was. Als onkruid dat in een klein hoekje begint en langzaam maar zeker een hele tuin overneemt.’

Het ergst is nog dat de buurvrouw zich haast als vanzelfsprekend in een opvoedkundige rol wringt en denkt Cato de les te kunnen spellen, iets wat de jonge puber niet aanvaardt:

‘Waar bemoeit u zich eigenlijk mee? Waarom bent u er vandaag alweer? U was er gisteren ook al. Waarom zoekt u niet uw eigen gezin?’

Om aan de problemen thuis te ontsnappen, vlucht Cato vaak naar buiten, maar ook daar is ze alleen. Vrienden heeft ze niet, haar klasgenoten vinden haar maar een rare. In haar eentje zoekt ze dan maar vaak haar toevlucht tot ‘het-veldje-dat-niet-bestond’, een stukje natuur tussen huizen, dat afgezien van Cato, niemand lijkt te zien, het ‘ontsnapte hardnekkig aan ieders blikveld’. Daar maakt ze foto’s van ‘ongeziene dingen’:

‘Ze maakte nooit foto’s van peinzende mensen of indrukwekkende gebouwen of romantische zonsondergangen of spannende luchten. Ze maakte alleen foto’s van dingen die zo niet zeggend en onopvallend waren dat niemand ze zag. Dat echt niemand ze zag, alsof ze er niet waren. Zoals het veldje dat niet bestond. Haar computer stond vol met foto’s van voortuinen, hekwerken, nisjes, standbeelden, deurkrukken.’

Wanneer ze bij het begin van de herfstvakantie op de piano van haar vader een visitekaartje vindt met de intrigerende tekst ‘Mevrouw Kano’s bioscoop / Films die nergens draaien, / maar die je altijd al had willen zien‘ is haar interesse gewekt. Ze gaat op onderzoek uit en komt terecht in een oude bioscoop die al jaren leegstaat, met de naam in vaalrode lampen nog op de gevel. Binnen ontdekt Cato een wereld waarin de tijd lijkt te hebben stilgestaan, met rondslingerende decorstukken, bioscoopstoelen, vergeelde posters, roestige filmblikken. ‘De ruimte leek wel een museum voor voorbije dingen.’ In deze tot de verbeelding sprekende setting ontmoet ze mevrouw Kano, een wat mysterieuze, maar kordate vrouw, die haar meteen een baantje aanbiedt.

In de bioscoop van mevrouw Kano worden geen gewone films gedraaid, maar ‘films die nergens draaien’, voor één bezoeker per voorstelling. In de zaal hangt geen gewoon filmdoek, maar een ‘waarschijnlijkheidsdoek’, dat vloeibaar lijkt, ‘alsof ze haar vinger in een plas melk stak’. Wanneer een bezoeker een foto en een voorwerp meebrengt dat verband houdt met een herinnering, fungeert dat doek als een poort naar het verleden. De bezoeker die door het doek stapt, komt – twee uur lang – in de tijd van de herinnering terecht. Een oude man wil zijn jonggestorven broer terugzien, een jongen wil nog één keer naar zijn dode hondje… Er reist altijd iemand mee: mevrouw Kano of Cato.

Voor de lezer wordt het snel duidelijk: wanneer zal Cato haar eigen verleden in stappen? Het is immers niet toevallig dat Goldewijk al op pagina 4 van het verhaal vermeldt dat Cato maar twee tastbare herinneringen heeft aan haar moeder: een foto en een rode zomerjurk. Voor het zover is, laat Goldewijk zijn hoofdpersonage nog een aantal dingen beleven, die op het eind van het verhaal betekenisvol blijken te zijn. Dat einde is een mooie mix van door de lezer verwachte maar ook verrassende elementen. Het is een ontroerend einde, heel emotioneel, maar net niet over het randje.

Heel het boek bouwt trouwens mooi op naar het slot. Goldewijk geeft de informatie maar mondjesmaat mee, vaak zonder dat de ware betekenis al duidelijk is voor de lezer. Door de ingenieuze opbouw komen op het eind heel veel details mooi samen, als puzzelstukjes die plots allemaal op hun plek vallen. Tegelijkertijd is Goldewijk erin geslaagd spanning, magie en mysterie op een evenwichtige manier te koppelen aan de emotionele ontwikkeling van Cato, waardoor het tijdreis-verhaal nergens vrijblijvend wordt. Integendeel, aan het eind had de duiding van die psychologische ontwikkeling misschien net iets implicieter gemogen.

Goldewijk heeft het verhaal niet alleen knap opgebouwd, hij heeft het ook mooi geschreven in een beeldende stijl.

‘Het was in de weken van vuurrood en dieporanje en felgeel, in de weken waarin de zon de wereld nog laat nagloeien, In de weken vlak voor de wereld verstilt.’

Niet alleen de setting, maar vooral ook de gevoelens en de emotionele ontwikkeling van de personages weet hij meer dan in eens in een treffend en vaak verrassend beeld te vangen. Over Cato’s vader die na de dood van zijn vrouw niet langer in staat is zijn dromen na te jagen:

‘En dan stomp je af, of je het nou wilt of niet. Alsof je limonade bent die is aangelengd met te veel jaren.’

Zulke prachtige zinnen en beelden willen wel nog eens afwisselen met stilistische slordigheden. Een ander minpuntje zijn een aantal te karikaturaal uitgewerkte personages. Aan het begin van het verhaal worden haast alle personages stereotiep neergezet. Cato’s vader is de afwezige, lamgeslagen, apathische vader, die zijn dochter vaak letterlijk niet opmerkt, Cornelia is de vlees geworden bemoeizieke en boosaardige nieuwe vrouw, en Cato zelf is een rare: ze draagt steeds verschillende sokken, heeft soms links een staart en rechts een vlecht en gaat als zombie geschminkt naar de klas. Gelukkig krijgt zij in het verhaal al snel meer diepgang en maakt ze een sterke psychologische ontwikkeling door. Voor haar vader en Cordelia ligt dat anders. Goldewijk blijft hen lange tijd onveranderlijk en karikaturaal voorstellen. Dat ze op het eind van het verhaal toch wat meer diepgang krijgen, verandert daar helaas niets aan. Integendeel, de ontwikkeling komt door de laattijdigheid ervan zelfs ongeloofwaardig over, zeker in het geval van Cordelia.

Films die nergens draaien is een knap opgebouwd  verhaal, met een ingenieus uitgedachte plot en verrassende wendingen, een verhaal dat tegelijk spannend en aangrijpend is, waarmee Yorick Goldewijk ondanks enkele tekortkomingen bewijst dat hij heel wat zijn mars heeft.

Yorick Goldewijk: Films die nergens draaienPloegsma, 2021.
Illustraties van Yvonne Lacet.
 ISBN 9789021681825. 

 

0

LEES OOK

Een warme toekomst

Over Samen gaan bouwen. Plannen voor onze toekomst van Oliver Jeffers …

Een stomp vol in de maag

Over Zwarte zwaan van Gideon Samson …

Een vader als een poolvis met antivries

Over Vissen smelten niet van Jef Aerts …
Abonneer
Laat het weten als er
1 Reactie
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

[…] Uitgelezen besprak Films die nergens draaien eerder al. Lees onze recensie van Films die nergens draaien hier.  […]

Een vader die alles kan

Hoe kunnen er zoveel gedachten in één hoofd passen?

Iedere olifant doet wel iets

Reading literature gives us images to think with.

— Aidan Chambers

meest recente berichten

Wolvenweer

Wolf wordt weerman

Goud voor Yorick Goldewijk en Raoul Deleo

Tussen kindertijd en volwassenheid

Zoeken