Hoe kunnen er zoveel gedachten in één hoofd passen?

Over Pikkuhenki van Toon Tellegen en Marit Törnqvist
Pikku cover

‘Langgeleden, in een land hier ver vandaan, leefde een heks die zó klein was dat ze onder een zandkorrel woonde, naast een stofje, achter een grassprietje.
Pikkuhenki heette ze.
Ze was zó klein dat nog nooit iemand haar had gezien, zelfs de andere heksen niet, die op hun bezemstelen rondvlogen, mensen en dieren in hun macht hadden, toverdranken brouwden, akelig lachten, en vergaderden op open plekken in bossen bij onweer en storm.
Niemand wist dat zij bestond.’

Een verhaal dat zich in een niet nader genoemd ver verleden afspeelt, op een niet nader genoemde plaats hier ver vandaan, over een fantasiefiguur: in de openingszin blijft Toon Tellegen trouw aan de geplogenheden van het sprookjesgenre. Meteen daarna zet hij het hoofdpersonage – een minuscuul klein heksje – af tegen de vreselijke heksen die we allemaal kennen uit de eeuwenoudesprookjestraditie. Met deze geïnsinueerde tegenstelling zet hij de lezer meteen ook op het verkeerde been. Want is Pikkuhenki wel zo anders dan de andere, grotere heksen?

‘Ze wist dat ze ook een heks was. Maar ze wist niet of ze ook zo kon vliegen en ook macht had.’

pikku landschap

Dat is precies wat ze in dit verhaal gaat uitzoeken. Dat ze kan vliegen, daar komt ze al snel achter. Maar die macht, hoe kan ze daar achter komen? Op haar minuscule bezemsteel, ‘die zó klein was dat je hem zelfs onder het sterkste vergrootglas niet had kunnen zien’, vliegt ze over het reusachtige rijk waarin ze woont. Het is een rijk dat tegelijk menselijke en sprookjesachtige kenmerken heeft:

‘Ze zag mensen lopen en rennen en met kanonnen op elkaar schieten. Ze zag ze dansen en kussen en elkaar honderd jaar opsluiten in kastelen begroeid met rozen. Ze zag ze huizen van koek bouwen in het midden van een donker bos en zich door wolven laten opeten, en ze zag ze ook gedachteloos in vergiftigde appels bijten.’

pikku2

Pikkuhenki duikt naar beneden, naar het erf van een boerderij, waar ze via zijn neus binnendringt in de gedachten van een hond die aan de ketting ligt.

‘Dáár was ze opeens niet meer klein. Want gedachten zijn zelf heel klein, nog honderdduizend keer kleiner dan het kleinste stofje. Want hoe zouden er anders zoveel gedachten in één hoofd kunnen passen?’

Ze hitst de gedachten van de hond op, en op haar commando rukt het dier zich los, begint hij op zo’n manier te grommen, janken en huilen dat hemel en aarde bleken mee te doen, en bijt hij in alles wat hij tegenkomt. Ze herhaalt haar experiment met een beer die danst op de tonen van een vioolspeler. De vrijheid van de dieren is echter van korte duur. Wanneer Pikkuhenki hun gedachten uit vliegt, volgt een wrede bestraffing door hun eigenaar. Daar zit Pikkuhenki niet mee in. ‘Pikkuhenki was geen engel, maar een heks,’ laat Tellegen fijntjes opmerken.

pikku1

Pikkuhenki zelf is maar met één ding bezig: hoe ver reikt haar macht? Misschien is ze wel de machtigste heks die er bestaat, bedenkt ze. Ze is met andere woorden klaar voor het grote werk. Weer kruipt ze gedachten binnen, dit keer niet die van een dier, maar die van de kleine jongen Iwan, een van de vele onderdanen van een tirannieke keizer, die zelfs zijn eigen dochter heeft opgesloten. Bij monde van de kleine jongen ontketent Pikkuhenki een ware opstand en weet ze de keizer voorgoed te verdrijven. Zijn dochter, die hem opvolgt, blijkt een goed staatshoofd, ‘en iedereen was gelukkig’. Die laatste zin heeft veel weg van het traditionele sprookjeseinde, ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Maar Tellegen zou Tellegen niet zijn als hij het daarbij liet. Hij laat de verteller opmerken:

‘Ah! Maar dan was Pikkuhenki geen heks! Maar een fee!’

Het droge ‘Misschien’ dat daarop volgt, lijkt eerder van Tellegen te komen, dan van de verteller. En als Pikkuhenki op de allerlaatste pagina nog eenmaal haar manipulatieve macht gebruikt, tegen de heksen dit keer, laat Tellegen de lezer achter zonder antwoorden.

‘Niemand heeft sindsdien ooit meer een heks gezien. Alleen soms nog wel eens vermoed dat er een was. Dat kan altijd.’

Pikkuhenki is een eigenzinnig en verrassend sprookje over macht en over de niet altijd duidelijke grens tussen goed en kwaad, donkerder en somberder dan we van Tellegen gewend zijn, maar wel geschreven in een prachtige, beeldrijke taal.

‘Grom’, zei ze. ‘Jank. Huil.’ En de hond gromde, jankte en huilde zoals nog nooit een hond had gegromd, gejankt en gehuild.
Mensen bleven tot in de wijde omtrek als aan de grond genageld staan. Het was alsof de wolken waren opengesprongen en de hemel gromde en de aarde teruggromde en de hemel huilde en jankte en de aarde terughuilde en terugjankte, en alsof zelfs de zon gromde en met jankende stralen de aarde verzengde.’

pikku sneeuw

Prachtig zijn ook de prenten die Marit Törnqvist bij het verhaal maakte. Pikkuhenki, te klein voor het menselijk oog, krijg je in de illustraties niet te zien, net als de andere, grotere heksen trouwens. Wel krijg je meer dan eens het gevoel dat je vanuit haar perspectief naar de dingen kijkt. Wanneer Pikkuhenki op haar bezemsteel over het keizerrijk vliegt, levert dat verbluffende spreads op met landschappen en stedelijke taferelen die met hun personages met berenmutsen en hun kerken en paleizen met koepels als slagroomtoefjes heel Slavisch, misschien wel Russisch aandoen. De prenten die inzoomen op personages zitten boordevol emotie. Prachtig is bijvoorbeeld de prent waarop Iwan zijn moeder terugvindt. De sfeervolle illustraties zijn verbluffend in hun vele betekenisvolle details en in het wonderlijke kleurgebruik, waarbij Törnqvist subtiel gebruik maakt van goudverf. Eén groot feest voor het oog!

Toon Tellegen: Pikkuhenki, Querido, 2005.
Illustraties van Marit Törnqvist.
ISBN 9789045102146.

0

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

LEES OOK

Tijdloos en nu ook divers

Over De heerlijkste 5 december in vijfhonderdvierenzeventig jaar van Annie M.G. Schmidt …

Reisgids voor Planeet Aarde

In Als je naar de aarde komt van Sophie Blackall schrijft Quinn, een brief aan ruimtewezens die onze planeet zouden willen bezoeken. …

Sinterklaasklassieker voor een nieuwe generatie

Over Sinterklaasliedjes van Mark Janssen …
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Een vader die alles kan

Hoe kunnen er zoveel gedachten in één hoofd passen?

Iedere olifant doet wel iets

Reading literature gives us images to think with.

— Aidan Chambers

meest recente berichten

Boon-prijzen

De vijf mooiste (volgens de Boon-jury)

J.K. Rowling vergist zich van medium

Toon Tellegen

Meer dan dieren

Zoeken