De allermooiste Gouden Griffels

Over de allermooiste Gouden Griffels

De Gouden Griffel bestaat dit jaar precies 50 jaar. Dat betekent niet dat dit jaar de 50ste Gouden Griffel wordt uitgereikt, want van 1971 tot 1976 werden telkens twéé Gouden Griffels uitgereikt. Maar dat terzijde. Vijftig jaar Gouden Griffels mag gevierd worden. Met een selectie van de allermooiste Griffels ooit, bijvoorbeeld.

1995: Begin een torentje van niks (Ted van Lieshout)

Begin een torentje van niks is een prachtige dichtbundel. Hoewel er ook gedichten over andere thema’s in staan, staat het verlies van een vader centraal, wat de bundel een sterkere samenhang verleent dan het vroegere werk van Ted van Lieshout. Er wordt als het ware een beeld geschetst van een jongen die opgroeit zonder vader en die dat verlies voortdurend verwerkt. Hoewel de tragiek van het onderwerp duidelijk is, wordt de toon nooit melodramatisch. Van Lieshout balanceert meesterlijk tussen emotie, drama, relativering en nuchterheid. Het levert prachtige poëzie op:

Er ging op een dag een vader dood.
Hij was van mij en hij viel zomaar
ineens de rand van het leven af.

(uit: ‘Halte halverwege’)

Of:

Je slaapt zo dicht bij de dood. Ik moet het donker in
en horen dat je ademhaalt, zien dat je borst zacht
op en neer blijft gaan, bang als ik ben om je
te verliezen aan het niet meer wakker worden.

(Uit: ‘Je slaapt’)

1986  Deesje (Joke van Leeuwen)

Het eerste boek dat ik van Joke van Leeuwen las, was meteen een schot in de roos van mijn boekenhart. Wat een introductie in van Leeuwens volstrekt unieke boekenuniversum! Het verhaal van het bedeesde meisje Deesje, dat helemaal alleen met de trein naar Halftante moet, is niet alleen spannend en grappig, het boek wemelt van de misverstanden die tot de ene na de andere absurde situatie leiden en van de prenten vol spitsvondigheden en woordspelingen.

2011: Dissus (Simon van der Geest)

Cover van Dissus van Simon van der Geest

In Dissus waagde Simon Van der Geest zich aan een hervertelling van de bekende Odyssee. Een ambitieuze onderneming, maar Van der Geest volbrengt ze met verve. Bij Van der Geest wordt de held een jongen van een jaar of tien, die in het zwembad verzeild raakt in een oorlogje met de Grote Jongens en daarna in een Nederlands polderlandschap samen met zijn vrienden het ene avontuur na het andere beleeft. Die avonturen situeren zich in een 21ste-eeuwse context. Van der Geest heeft daarbij het perfecte evenwicht gevonden tussen trouw blijven aan (de geest van) het origineel en een eigen invulling. Maar helemaal bijzonder is de taal waarin hij Dissus laat vertellen over zijn avonturen: in prachtige verhalende poëzie, vrije verzen die vol alliteraties, rijmen en binnenrijmen zitten, maar toch spreektalig natuurlijk klinken en die worden voortgedreven door een onweerstaanbaar ritme. Een meesterwerk!

Lees onze recensie hier.

2007: Een kleine kans (Marjolijn Hof)

Het verhaal van Kiek in Een kleine kans blijft je bij. Om haar grote zorgen over haar vader, die als arts naar oorlogsgebied is vertrokken, te bezweren, zoekt ze haar toevlucht tot een bizarre vorm van kansberekening en een absurde logica:

‘Ik kende niemand met een dode hond én een dode vader. Een dode hond én een dode vader. Dat kwam bijna niet voor. Mijn moeder zou zoiets een kleine kans noemen. En een nog kleinere kans was iemand met een dode muis, een dode hond en een dode vader.’

Een bij momenten hilarisch, lichtvoetig en steeds aangrijpend boek.

2003: Godje (Daan Remmerts de Vries)

In Godje zoekt Daan Remmerts de Vries de grenzen van het kinderboekenpersonage op: hoe slecht kan die zijn zonder de lezers af te stoten. Robbie Nathan is een stoer ettertje, een akelige pestkop, die zijn vrienden rond commandeert en terroriseert. Samen met die vrienden probeert hij zijn fantasieën werkelijkheid te laten worden, wat culmineert in de onvergetelijk scène waarin ze ’s nachts op het kerkhof een schedel opgraven, die magische krachten toegedicht krijgt, waarmee Robbie de wereld naar zijn hand kan zetten. Want niet alles is wat het lijkt, en dictatoriale pestkoppen hebben soms een klein hart en een hoofd vol onzekerheden. Remmerts de Vries schiep met Robbie Nathan een onvergetelijk personage.

1999: Helden op sokken (Annie Makkink)

‘Lang, heel lang geleden,
toen de worst en het spek aan de zoldering hingen
en de dieren nog wat te vertellen hadden,
woonde er ergens
– niet zo ver hier vandaan –
een meisje.’

Zo begint dit wat sprookjesachtige verhaal over Zus en haar tien broers, die niet echt een naam hebben, maar een nummer, van Tien tot Een. Elke dag trekken de broers erop uit, het avontuur tegemoet. En elke dag blijft Zus thuis om spek en bonen klaar te maken en het huishouden te doen. Tot zij ook wel een keer op avontuur wil…
De rijke taal, de woordspelingen, het voortstuwende ritme: je zou bijna niet zeggen dat dit een AVI-boek is. Annie Makkink schreef binnen de beperkingen van AVI-5, en zonder ooit op de knieën te gaan zitten, een eerstelezersboek van een zeldzaam hoog niveau.

 

2005: Het boek van alle dingen (Guus Kuijer)

Het streng gereformeerde gezin van de tienjarige Thomas uit Het boek van alle dingen wordt door de vader met autoritaire maar ook los zittende hand geleid. Thomas, die de vernederingen, ook van zijn moeder, niet meer kan aanzien, raapt al zijn moed, maar vooral al zijn verbeeldingskracht samen om weerstand te bieden. Hij praat met Jezus, laat de plagen van Egypte in hun eigen woonkamer neerdalen over zijn vader en hij neemt een belangrijk besluit: hij wil gelukkig worden. Een zwaar thema, zeker, maar door zijn onnavolgbare humor en stijl brengt Guus Kuijer er de nodige luchtigheid in. Een parel van een boek.

1992: Kikker en het vogeltje (Max Velthuijs)

‘Kijk,’ zegt Kikker, ‘kapot. Hij doet het niet meer.’ 

Wat een sterk beeld: het vogeltje dat kapot is, het niet meer doet. Varkentje denkt dat het slaapt, Eend meent dat het ziek is, maar Haas weet wel beter: het vogeltje is dood. De dieren begraven het onder aan een heuvel, strooien bloemen in het graf en leggen een steen op de hoop aarde. Dan gaat Kikker ervandoor en gaan ze tikkertje spelen. Dood en leven, gevoelig maar niet sentimenteel, helemaal op kindermaat. Een pareltje.

1985: Kleine Sofie en Lange Wapper (Els Pelgrom en Thé Tjong-Khing)

Kleine Sofie en Lange Wapper

Onvergetelijk is ze, Kleine Sofie die alles wil weten ‘Wat Er In Het Leven Te Koop Is’, en al even onvergetelijk zijn haar poppen en knuffels die ervoor zorgen dat die wens ook echt in vervulling zal gaan. Het verhaal is prachtig opgebouwd, prachtig geschreven, prachtig geïllustreerd. Het einde is schokkend, ontroerend, troostend en van een haast onwezenlijke schoonheid. ‘Een eindeloze reis was begonnen’: nog razen de emoties door me heen als ik aan dat ene zinnetje denk.
Een boek dat al een klassieker was nog voor het goed en wel verschenen was, tijdloos en onvergelijkelijk.

Kleine Sofie en Lange Wapper is een van de aller-allermooiste kinderboeken die ik ooit las.

1988: Toen niemand iets te doen had (Toon Tellegen)

Om de magnifieke, virtuoze taal, om de fijne humor en de lichte melancholie, om de filosofische diepgang, om het alomvattende, om de onvergetelijke mier en eekhoorn, om de voortdurende verwondering en de glimlach die de verhalen over de eekhoorn, de mier en de andere dieren uit het wonderlijke Tellegen-bos steeds weer op mijn lippen weten te toveren.

2001: Wachten op matroos (Ingrid Godon en André Sollie)

Wachten op Matroos

Misschien wel het allermooiste kinderboek ooit over verlangen en vertrouwen. In zijn vuurtoren wacht vuurtorenwachter vol verlangen op Matroos, die beloofd heeft hem te komen ophalen om samen de wereld rond te varen. Als Tijs jarig is, zet hij de brandewijn al klaar en hangen de slingers er al. Matroos zal vast komen. Maar het feest gaat voorbij en Matroos daagt niet op. Of toch? 

De poëtische tekst van André Sollie is even prachtig en subtiel als de sfeervolle en gevoelige prenten van Ingrid Godon

 

2002: Winterijs (Peter van Gestel)

Tijdens een hete zomer kijkt Thomas terug op de koudste en langste winter ooit: de winter van 1947. Thomas, dan tien, zwerft vaak in zijn eentje door de stad. Zijn moeder is vlak na de oorlog overleden en zijn vader heeft zoveel verdriet dat hij zijn zoon nauwelijks opmerkt. Thomas raakt bevriend met zijn klasgenoot Zwaan. Zwaan woont in bij zijn tante en zijn dertienjarige nichtje Bep, op wie Thomas verliefd wordt. Het is een vreemd gezin: de tante gaat zodanig gebukt onder een groot verdriet dat ze uiteindelijk naar een rusthuis moet, Bep is vaak bozig en Zwaan zwijgzaam. Thomas heeft geen idee wat er aan de hand is, de volwassenen hebben hem niets verteld over wat er in de oorlog is gebeurd. Pas mondjesmaat komt Thomas te weten wat er met de joodse familie van Zwaan is gebeurd. Hoe verschrikkelijk en schokkend ook, nergens wordt het boek dramatisch of sentimenteel. Winterijs van Peter van Gestel is een schitterende jeugdroman over de vriendschap tussen twee beschadigde jongens, maar ook over het grote verzwijgen na de oorlog, over (on)verwerkt verdriet en over het ijs dat vanbinnen zit. Een meesterwerk.

Winterijs

1998: Zwart als inkt (Wim Hofman)

Zwart als inkt – voluit Zwart als inkt is het verhaal van Sneeuwwitje en de zeven dwergen – is een sprookjesherwerking, en wat voor een. Met de zoetsappige sprookjesbewerkingen die jonge lezers meestal voor de kiezen krijgen, heeft dit boek, behalve dan de inspiratie, niets gemeen. Wim Hofman is voor dit boek teruggegaan naar het veel wredere oorspronkelijke verhaal, en heeft daar zijn enorme verbeeldingskracht en schrijftalent en verbeeldingskracht op losgelaten. Het resultaat is een absoluut meesterwerk, uniek in zijn genre, huiveringwekkend maar ook ontroerend.

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

LEES OOK

Vijftig jaar Gouden Griffels

Een overzicht van 50 jaar Gouden Griffels. …

Hele verhalen voor een halve soldaat wint Woutertje Pieterse Prijs 2021

Over de Woutertje Pieterse Prijs 2021 …

Een literatuurprijs die kinderboeken serieus neemt

Over de Boon-prijs voor kinder- en jeugdliteratuur …
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Een vader die alles kan

Hoe kunnen er zoveel gedachten in één hoofd passen?

Iedere olifant doet wel iets

Reading literature gives us images to think with.

— Aidan Chambers

meest recente berichten

Toon Tellegen

Meer dan dieren

Goud voor Pieter Koolwijk en Ludwig Volbeda

De allermooiste Gouden Griffels

Zoeken