Zelfs de rivier stottert

Over Ik praat als een rivier van Jordan Scott en Sydney Smith
ik praat als een rivier cover

In boeken over een beperking – of andere belangrijke thema’s, van de dood van een naaste tot LGBTQ-ouders – wil de boodschap van de auteur nogal eens vooropstaan. Het zijn boeken die iets willen bereiken. Ze willen informatie verschaffen, sensibiliseren, herkenning bieden of een hart onder de riem steken. Dat zijn allemaal nobele en nodige bedoelingen, maar helaas resulteren ze vaak in boeken waarin verhaal en personages een dienende rol spelen en elke lege plek wordt ingevuld onder het mom van duidelijkheid. Literaire kwaliteit is vaak niet de eerste zorg.

Dat laatste kun je van Ik praat als een rivier van Jordan Scott en Sydney Smith niet zeggen, hoewel het toch duidelijk over stotteren gaat.
‘Elke ochtend word ik wakker met overal om me heen de geluiden van woorden. (…) En ik kan ze niet allemaal zeggen.’ Zo begint het boek. Aan het woord is een niet nader bij naam genoemde jongen, die al meteen bij het ontwaken geconfronteerd wordt met zijn stotterprobleem. Uit het nawoord achter in het boek kun je afleiden dat het een jonge versie van de auteur zelf is. De Canadese dichter Jordan Scott worstelt zelf al zijn hele leven met stotteren, en uit het nawoord lees je zijn verhaal, dat in hoge mate overeenkomt met het verhaal in het boek. Ik praat als een rivier wordt zo ook een autobiografisch verhaal.

Het jongetje in het verhaal wordt ’s ochtends wakker met ‘die woordgeluiden die vastzitten in mijn mond’. Jordan Scott weet dat gevoel – dat voor niet-stotteraars heel abstract is – heel goed uit te drukken in trefzekere beelden:

‘De d van de denneboom krijgt wortels in mijn mond en wikkelt zich om mijn tong.
De k is als een kraai achter in mijn keel blijft steken.
De m van maan bestrooit mijn lippen met magie waardoor ik alleen nog mompel.’

Zonder een woord te zeggen maakt de jongen zich klaar voor de schooldag. En die kun je gerust een kwelling noemen. De jongen probeert zich onzichtbaar te maken door zich helemaal achter in de klas ‘schuil te houden’, ver van de aandacht en de spottende blikken van klasgenoten. Als de leraar hem vraagt iets te vertellen over zijn lievelingsplek op aarde, blokkeert hij helemaal.

Na schooltijd wordt hij door zijn papa opgehaald. ‘Het is gewoon een slechte praatdag,’ zegt die nuchter, en hij neemt zijn zoon mee de natuur in. Zonder iets te zeggen maken ze een wandeling langs de oever van een rivier, maar de herinneringen aan de voorbije schooldag blijven als donkere wolken over de jongen hangen. Zijn vader troost hem:

‘Zie je hoe het water beweegt?
Dat is hoe jij praat.’

Het is een eenvoudige, maar onverwachte metafoor, die de jongen beter – en anders – naar het water doet kijken, dat niet altijd vloeiend stroomt, maar ook borrelt, wervelt, woelt en raast. Maar voorbij de stroomversnelling is het water glad en glinsterend. De metafoor werkt als een katharsis. Hij luidt een keerpunt in in het leven van de jongen, die door de vergelijking anders gaat denken over zijn manier van praten en daardoor zijn gestotter leert aanvaarden. Hij put uit de metafoor kracht, moed en vooral zelfvertrouwen om te praten, ook, zelfs voor een hele klas:

‘Als de woorden om me heen moeilijk zijn om uit te spreken, denk ik aan de trotse rivier, die borrelt en wervelt en woelt en raast.’

Jordan Scott weet de haast ondraaglijke eenzaamheid, de pijn en de schaamte van de stotterende jongen op een weergaloze manier invoelbaar te maken, in een taal die tegelijk eenvoudig en poëtisch is en bovendien rijk aan metaforen met een grote zeggingskracht:

‘Er zit een storm in mijn buik;
mijn ogen lopen vol met regen.’

Dat de tekst ook in het Nederlands zo poëtisch en krachtig is, is te danken aan het grote (ver)taaltalent van Edward van de Vendel.

najaarszon

Sydney Smith maakte prachtige prenten bij dit verhaal. In poëtisch aandoende aquarellen beeldt hij zowel de personages in dit verhaal af als indrukwekkende natuurlandschappen. Met waterverf schildert hij de beweeglijke weerspiegelingen in het water, het zog achter een zwemmende eend, of nog, de lage herfstzon die door de bomen schijnt en zo realistisch geschilderd is in witte en gele tinten dat je een seconde lang je ogen dichtknijpt. 

De prenten in dit boek zijn verstilde meesterwerkjes. Ze 
zijn ook meer dan louter illustraties bij het verhaal. Sydney Smith is bijzonder sterk in het verbeelden van de emoties van de jongen, die in het begin van het verhaal vaak met een vaag geschilderd gezicht, zonder gelaatstrekken of -uitdrukking wordt getoond, wat zijn eenzaamheid in de verf zet.

Een buitengewoon krachtige en aangrijpende illustratie krijgen we te zien wanneer de leraar de jongen vraagt iets te vertellen over zijn favoriete plek en alle kinderen zich naar hem omdraaien. Op de linkerbladzijde staat een prent, ongeveer een halve pagina groot, van de leraar die voor de klas staat. Zijn gezicht is wazig, maar de rest van het tafereel is helder en duidelijk omlijnd. Op de rechterbladzijde staat een pagina vullende prent van diezelfde klas, vanuit hetzelfde perspectief, maar ditmaal hebben alle klasgenoten zich omgedraaid en staren ze de jongen (en de lezer) aan. De prent is niet langer scherp, alles is vervaagd, de duidelijke lijnen hebben plaatsgemaakt voor vage, uitlopende contouren en de muren en het plafond zijn niet meer helemaal recht waardoor ze op je af lijken te komen. Het is een claustrofobische prent, waarop de wazige gezichten van de medeleerlingen je dreigend lijken aan te staren. Je voelt als lezer bijna lichamelijk de angst, de ontreddering, de duizeligheid van de jongen die bang is dat hij zal gaan stotteren.

Misschien wel de mooiste illustratie is een close-up, die twee bladzijden beslaat en het wat zorgelijk aandoende, sproetige gezicht van de jongen toont. Als je deze bladzijden openklapt, ontvouwt zich een adembenemende, vier bladzijden brede prent van de zonovergoten, weidse rivier. Met groene, blauwe, grijze, gelige, helder witte en subtiele, nauwelijks op te merken rode verfstreken penseelt Sydney Smith op impressionistische wijze het bewegende water en de weerkaatsing van het zonlicht daarin. In het midden van dit lichtspel staat de jongen, met de rug naar de lezer toe, in ontbloot bovenlijf, tot aan zijn middel in het water. Het geheel straalt niet langer angst en zorgen uit, maar rust en kracht. Niet toevallig valt deze prent samen met het moment van de katharsis in dit verhaal.

De illustraties zijn even poëtisch als de tekst van Jordan Scott, en het perfecte samenspel van de schaarse maar beeldrijke woorden en de indrukwekkende prenten maken van Ik praat als een rivier een hartverscheurend mooi en troostrijk boek, waarin de pijn en de ontreddering uiteindelijk plaatsmaken voor geruststelling, aanvaarding en heling.

Jordan Scott: Ik praat als een rivier, Querido, Amsterdam, 2021.
Illustraties van Sydney Smith.
Uit het Engels vertaald door Edward van de Vendel.
ISBN 9789045126524. 

0
Uitgelezen Icoon Film

Hier kun je de trailer van I Talk Like a River bekijken.

Uitgelezen Icoon Schrijver

Op de site van Sidney Smith ontdek je meer over hem en zijn werk.

Uitgelezen Icoon Interview

Bekijk zeker dit interview met Jordan Scott én Sydney Smith.

LEES OOK

Een vader die alles kan

Over mijn vader van Toon Tellegen …

Op een snavellengte

Over De fantastische vliegwedstrijd van Tjibbe Veldkamp en Sebastiaan Van Doninck …

Meesterlijk gedachte-experiment over kunst

Over Wat is kunst? van Ted van Lieshout …
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Een vader die alles kan

Hoe kunnen er zoveel gedachten in één hoofd passen?

Iedere olifant doet wel iets

Reading literature gives us images to think with.

— Aidan Chambers

meest recente berichten

Terra Ultima

Terra Ultima wint de Woutertje Pieterse Prijs 2022

Wie wint de Woutertje Pieterse Prijs 2022?

‘Een zee van liefde’ valt twee keer in de Boon-prijzen

Zoeken