Overrompelend

Over Een weeffout in onze sterren
Een weeffout in onze sterren

‘Zomaar uit het niets vroeg Augustus: ‘Geloof jij in een leven na de dood?’ 
‘Ik ben van mening dat eeuwigheid een onjuist concept is.’
‘Je bent zelf een onjuist concept,’ zei hij schamper. ‘Weet ik. Daarom word ik ook uit de roulatie genomen.’’

De zestienjarige Hazel Grace heeft kanker en is eigenlijk drie jaar geleden opgegeven, maar dankzij een nieuw experimenteel medicijn wordt de groei van haar longtumoren vertraagd en haar leven dus gerekt. Om haar bezorgde ouders te plezieren – ‘Ik wilde mijn ouders blij maken. Er is maar één ding erger dan doodgaan aan kanker als je zestien bent, en dat is een kind hebben dat doodgaat aan kanker.’ – gaat ze naar een Praatgroep voor kinderen en jongeren met kanker. Daar ontmoet ze Augustus – Gus – Waters. Hij is genezen van botkanker, maar is wel een been kwijtgeraakt. Vanaf het eerste moment voelen de twee zich onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken. Het zou een sentimenteel liefdesverhaaltje kunnen zijn, een tearjerker van formaat, maar dat is buiten het enorme schrijftalent van John Green gerekend. Dat van dat schrijftalent weten we natuurlijk al sinds zijn debuut, Het grote misschien, (2005), maar met Een weeffout in onze sterren heeft hij wel een onwaarschijnlijk goed boek geschreven.

Hazel en Gus zijn twee onvergetelijke personages, die John Green bijzonder krachtig neerzet. Ze zijn op een onnadrukkelijke manier en geheel overtuigende wijze prettig complex. Ze kijken naar reality-tv, ze spelen computergames, voeren diepzinnige gesprekken, gevat in schitterende dialogen, en denken, met de adem van de dood in hun nek, na over levensbelangrijke vragen. Geen vraag gaat Green daarbij uit de weg, geen antwoord wordt verteerbaarder gemaakt dan het is. Hazel en Gus zijn ontstellend eerlijk én vlijmscherp in hun analyse, of het nu over hun verwachtingen over het leven na de dood gaat, om de angst vergeten te worden, of om de onderlinge concurrentie onder de kankerpatiënten in de praatgroep: ‘stel dat je wordt verteld dat je een kans van, laten we zeggen, twintig procent hebt om nog vijf jaar te leven, dan begin je vanzelf te rekenen (…): dat is één op vijf, dan moet ik vier van die klojo’s hier overleven.’

Hoewel de aantrekkingskracht tussen beiden vanaf het eerste moment duidelijk is, en er al snel een diepe zielsverwantschap-achtige vriendschap groeit, wil Hazel niet meteen toegeven aan haar verliefdheid. ‘Ik ben net een granaat,’ zegt ze, ‘en er komt een moment dat ik ontplof en ik wil het aantal slachtoffers graag tot het minimum beperken.’ Ze wil niemands ‘tijdbom’ zijn. Maar dat is buiten Gus en zijn grote liefde voor haar gerekend.

‘Het is gewoon zo,’ zei hij. Hij keek me aan en ik zag de rimpeltjes naast zijn ogen. ‘Ik ben verliefd op je en ik ben niet van plan mezelf het eenvoudige genoegen te ontzeggen om de waarheid te spreken. Ik ben verlieft op je en ik weet dat liefde slechts een roep in de leegt is, en dat vergetelheid onvermijdelijk is, en dat we allemaal gedoemd zijn, en dat er een dag zal komen dat alles wat we tot stand hebben gebracht tot stof zal zijn wedergekeerd, en ik weet dat de zon de enige aarde die we ooit zullen hebben zal verzwelgen, en ik ben verliefd op je.’

John Green verweeft het aangrijpende liefdesverhaal mooi met relaas van Hazels verlangen om naar Amsterdam te reizen. Daar wil ze de schrijver van haar lievelingsboek, ‘Een vorstelijke beproeving’, ontmoeten, om erachter te komen hoe het verder gaat met de personages in het boek wanneer het hoofdpersonage overlijdt en het boek abrupt stopt. De zoektocht neemt in meerdere opzichten een compleet onverwachte wending.

Een weeffout in onze sterren is een bijzonder rijk en gelaagd boek over leven en dood, over sterfelijkheid en de zin van het leven, over opgroeien en jezelf zijn, over doodgaan en willen leven. Een heftig boek ook dat niets uit de weg gaat, integendeel tot op het bot gaat. Maar boven alles is het een indrukwekkend intens liefdesverhaal, over twee jonge mensen die houden van elkaar en van het leven. John Green portretteert hen vol mededogen en warmte, maar ook vol humor en eerlijkheid. Het maakt van Een weeffout in onze sterren een overrompelend, hartverscheurend, onwaarschijnlijk mooi boek, dat me compleet onderuit gehaald heeft en dat nog lang blijft nazinderen. En voor één keer zijn alle superlatieven gewoon helemaal op hun plaats.

John Green: Een weeffout in onze sterren, Lemniscaat, 2012.
Uit het Engels vertaald door Nan Lenders.
ISBN 9789047704560.

0

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

LEES OOK

Meesterlijk gedachte-experiment over kunst

Over Wat is kunst? van Ted van Lieshout …

Overleven in de ijskou

Over Winterdieren van Bibi Dumon Tak …

Had hij maar iets meer van zichzelf gehouden

Over De naam van mijn vader van Rindert Kromhout …
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Een zoon, zijn vader en een stelletje vermakelijke goden

Reading literature gives us images to think with.

— Aidan Chambers

meest recente berichten

Woutertje Pieterse Prijs 2021

Hele verhalen voor een halve soldaat wint Woutertje Pieterse Prijs 2021

Woutertje Pieterse Prijs

Wie wint de Woutertje Pieterse?

Hele verhalen voor een halve soldaat

Vertellen alsof er een leven van afhangt

Zoeken