Het overrompelende van een eerste liefde

Over Hallo Nu van Jenny Valentine
Hallo nu

Wanneer Judes moeder voor de dertiende keer verhuist, weg uit Londen, naar een klein, slaperig stadje aan de Britse kust, ‘een droef klinkende, uitsluitend door witte oudjes bevolkte, bejaardenkolonie’, en ze tot overmaat van ramp het huis moeten delen met ene Henry Lake, een vreemde, oude man, is Jude niet bepaald enthousiast. De toekomst lijkt synoniem te staan met verveling en eenzaamheid. Vrienden lijken ver te zoeken, en in de liefde gelooft Jude, van wie je trouwens nooit het geslacht te weten komt, niet. 

‘Veel te zoet, te klef, dezelfde reden waarom ik niet van suikerspinnen of kaasfondue hou. Eerlijk gezegd kan ik maar weinig zonsondergangen, handjes vasthouden en nog-lang-en-gelukkigs velen.’

Daar komt verandering in wanneer al de dag na de verhuizing aan de overkant van de straat plots een verblindend mooie jongen opduikt, Novo. Meteen in het eerste hoofdstuk van het boek, waarin Jude terugblikt op het verhaal, dat vervolgens als een flashback verteld wordt, is duidelijk dat het wat zal worden tussen de twee én dat er ook weer een eind zal komen aan hun relatie: 

‘Ik zou deze hele pagina kunnen vullen met de dingen waar ik van hou. Ik zou zo vierentwintig uur per dag non-stop tot aan mijn dood kunnen doorgaan met nieuwe bedenken. Maar allemaal bij elkaar zouden ze, tot aan de tanden bewapend en strak in het gelid met mezelf voorop, me nog niet hebben kunnen voorbereiden op Novo. Dat ik hem had. Dat ik hem bij me had, alleen, de machtige druk van zijn arm. En daarna niet meer.’

Overrompelende coup-de-foudre

De ontmoeting met Novo blijkt een beslissend, levens veranderend moment te zijn in het leven van Jude.

‘Van de dag erna staat alles me glashelder bij, want toen kwam Novo opdagen. Vier minuten over halftien op 1 juli is een soort Nu met dikke uitroeptekens in knalrode markeerstift. Daarna was of is er niets wt ooit nog hetzelfde kon zijn. […] Drie minuten over halftien was de stilte voor de storm, het korte uitstel voor het muntje viel, de laatste inademing van het leven, in elk geval zoals ik het kende. En toen het wonder. Toen Novo. Ik weet het nog.’

Jude valt als een blok voor de bloedmooie jongen, die even later het huis aan de overkant weer uit komt en zich, op weg naar het strand, beweegt ‘als een koninklijke bries’ tussen al zijn onderdanen, winkeliers die hem gratis hun beste waren aanbieden, kinderen die naar zijn benen grijpen, allerhande mensen die pas uit hun extase ontwaken als hij alweer enkele meters van hen vandaan is.

‘Ik zei tegen mezelf dat het niets te betekenen had, ook al gloeiden mijn handpalmen en duizelde het me en had mijn hart net zo goed in mijn nek kunnen kloppen. Ik probeerde gewone dingen te tellen – grassprietjes, kiezels op het pad, stenen in de muur, de inhoud van mijn zakken (meest bonnetjes en een verfrommeld pakje kauwgum) – maar geen daarvan was gewoon genoeg. Geen van alle kon me ervan weerhouden om op te staan en het hek open te doen. Ik wist meteen dat er iets onmogelijks gebeurde, iets aan die jongen kon in deze wereld niet uitgelegd worden, in elk geval niet als een goedkope goocheltruc.’

Jude volgt Novo naar het strand en daar slaat de vonk wederzijds over. Jenny Valentine haalt de ene na de andere metafoor boven om de overrompelende ervaring van een coup-de-foudre verliefdheid te beschrijven. Jude en Novo zijn ‘tektonische platen die naar elkaar toe schoven’, Novo’s lach is ‘het licht van een lucifer dat hoeken van de dag oplichtte waar ik nog niet eens gekeken had’, en als Novo Judes hand in de zijn neemt, zitten de aders op die hand ‘vol vuurvliegjes’. Zelfs de natuur is doordrongen van het wonder van het moment: 

‘ […] de lucht – die atmosfeerschelp – was van een onbestaanbaar, belachelijk, baanbrekend, levensveranderlijk, wereldschokkend blauw.’

Een miljoen perfecte Nu-momenten 

Vanaf dat moment op het strand is er voor Jude enkel nog Novo. Tijd en ruimte lijken op te lossen – al kan dat ook aan Novo liggen. Want Novo is geen gewone sterveling. Hij woont niet op één plek, niet in één tijd. Hij bestaat ‘tussen de tijden’, en leeft in een steeds ander ‘Nu’: hij wordt op steeds andere plekken, op steeds andere momenten in de tijd wakker, om ook daar weer te verdwijnen en weer op een andere plek wakker te worden. Na elk Nu is er weer een ander Nu. Novo lijkt wel ‘de perfecte naam voor degene die steeds opnieuw spiksplinternieuw wakker wordt’. Een leven in onze, ‘werkelijke’ wereld is voor Novo niet meer dan een seconde.
De jongen beschikt bovendien over onverklaarbare krachten. Hij kan voorwerpen laten bewegen, de acties van mensen beïnvloeden, en zelfs een moment in de tijd laten uitrekken en weer laten krimpen of zelfs stollen. De onpeilbare Novo heeft iets bovennatuurlijk, iets goddelijks zelfs.

‘Ik had je van meet af aan kunnen vertellen dat Novo niet was geboren als de rest van ons, maar in een of andere mythische gieterij was gesmeed uit paarden en inktvisseninkt en fluweel en zeiltouw en boter en goud.’

Niet alleen voor Jude is het liefde met een grote L. Voor Novo is Jude de zielsverwant naar wie hij op zoek is sinds het begin der tijden. In elk Nu zal hij naar Jude zoeken. Novo en Jude zijn op een haast kosmische manier met elkaar verbonden.

‘We zijn verbonden. Je trekt me naar je toe. […] We resoneren. Onze cellen spreken dezelfde taal. Op dezelfde frequentie. […] Ik wachtte en wachtte op jou, tussen de tijden door.’

De liefde tussen Jude en Novo is hartstochtelijk en overrompelend. Ze gaan volledig in elkaar op en vergeten de wereld buiten henzelf. Door Novo leert Judo ook in het moment te leven, zich volledig over te geven aan het moment. 

‘We waren gelukkig samen en elke hartslag besloeg een heel leven, een miljoen perfecte Nu-momenten.’

‘Een tijdlang, vanaf het moment dat ik hem zag, bestond er niemand anders dan Novo. Ik weet niet precies hoe lang dat was, maar volgens mij doet dat er niet toe, want werkelijke tijd was op hem en mij niet van toepassing. Daar waren we aan voorbij, heel ver voorbij, als astronauten die om de thuisplaneet cirkelen en de zon zestien keer per dag zien opkomen.’

De enormiteit van verlies

Wanneer Novo en Judes oude huisgenoot Henry elkaar ontmoeten, komen enkele verhaallijnen samen in wat een van de meest ontroerende scènes uit het boek is. Henry’s blik is op dat ogenblik ‘een en al liefdevolle herkenning en toewijding, maar dat niet alleen. Ook iets duisters. Iets als pijn. Of angst.’ Die van Novo is ‘even verstild’. Heel de wereld valt stil.

‘Op datzelfde moment was al het andere ook stil, was de menigte in zijn ban, maar ook de rondvliegende vogels en de mieren, de godganse dag krioelend in de barsten van het wegdek, en de knikkende bloemkelkjes en de bladeren die in de bries hoorden te sidderen.’

Novo en Henry herkennen elkaar, zonder elkaar ooit eerder gekend te hebben. Tussen beiden is er een verstandhouding, die Judes begrip te boven gaat. Wanneer Henry vertelt over de grote liefde van zijn leven, de ondertussen overleden Dulcie, lichten de aders zijn handen net zo op als toen Novo Judes hand vastpakte. Mondjesmaat wordt duidelijk dat het lot van de stokoude Henry als een spiegel is voor het lot dat ook Novo ten deel zou kunnen vallen.

Als het een tijdje later gruwelijk misgaat, worden Jude en Novo geconfronteerd met de onmogelijke vraag: hoeveel zijn ze bereid op te offeren voor de liefde? Novo is bereid om zichzelf te veroordelen tot de eeuwige eenzaamheid van Henry, maar kan Jude daarmee leven? Jude moet een hartverscheurende keuze maken, waarvan Jude de gevolgen voorgoed met zich mee zal moeten dragen. En ook al is die keuze al in het begin van het boek aangekondigd en weet je dat dit geen ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’-verhaal wordt, toch doet het aangrijpende einde je als lezer naar adem happen.

‘De enormiteit van verlies was onder me, voor me uit, rondom me. Maar toch wist ik wat me te doen stond. Voor Novo. En het was het allerlaatste wat ik wilde.’

Veelgelaagd

De bizarre personages en gebeurtenissen, de mysterieuze verhaallijnen, het meisje dat in een wish fulfilling fantasy verliefd wordt op een bovennatuurlijke jongen: het zou allemaal zo uit een dertien-in-een-dozijn YA romance fantasy kunnen komen. Maar dat is buiten het immense talent van Jenny Valentine gerekend. In tegenstelling tot bovengenoemd genre vervalt Valentine niet in het uitwerken en aannemelijk maken van een andere werkelijkheid. Ze laat heel veel lege plekken in de tekst, waardoor ze bijzonder veel overlaat aan de verbeelding van de lezer. Daardoor zet ze de deur open voor verschillende interpretaties. 

Hallo Nu is een uiterst veelgelaagd boek dat op verschillende niveaus gelezen kan worden. Is dit een letterlijk te nemen (fantasy?) verhaal over de liefde tussen Jude en Novo, een gewone sterveling en een bovennatuurlijk wezen? Zien we het verhaal door de roze bril van de smoorverliefde Jude, die het voorwerp van die liefde uitvergroot en buiten-gewone kenmerken toedicht? Of is heel het verhaal een metafoor voor de liefde, voor de eerste liefde, de allereerste verliefdheid? Staat dit verhaal waarin voortdurend met tijd en logica gespeeld wordt, symbool voor de irrationaliteit en schijnbare tijdloosheid van de liefde? Wordt de metafoor, die we vaak gebruiken voor de liefde, in dit verhaal werkelijkheid? Of is Hallo Nu een beetje van dit alles?

Er is geen eenduidig antwoord, en net dat maakt Hallo Nu tot een bijzonder fascinerend boek. Valentine maakt het haar lezer niet makkelijk. Ze speelt met wat echt en niet echt is, laat een en ander bewust onverklaard en geeft hints die deze of gene interpretatie lijken te voeden.

‘Vragen of het een betovering was, had geen zin. Liefde is pure magie, ongeacht wie je erin heeft laten lopen, niet dan?’

Duizelingwekkende zeggingskracht

Jenny Valentine vertelt dit bijzondere en mysterieuze verhaal in een werkelijk verbluffende taal. Hallo Nu barst van de zinnen die je zo in een kadertje zou willen plaatsen, niet als tegeltjeswijsheden, maar om hun ontzagwekkende schoonheid. Meer dan eens vallen de prachtige metaforen van Valentine op.

‘De gloed van zijn handen viel als een ver vuurwerk door me heen.’

‘Novo pakte weer mijn hand en hield die vast en door mijn aderen stroomde warme honing.’

‘Er was een koude, donkere put waar mijn maag had horen te zitten.’

Gevoelens weet Valentine uiterst nauwkeurig in woorden te vatten, of het nu om gemis gaat:

‘Als ik daaraan terugdenk, voel ik de stoot in mijn borst, de lucht die uit mijn longen wordt gedrukt, het droge knakken van alle botten in mijn lichaam. Het doet pijn. Liefde en verlies houden elkaar met geweld in evenwicht. Ik zou willen dat het niet zo was.’

Of om begeerte:

‘Ik dacht: zo voelt begeerte. Hierom verliezen mensen hun verstand. Ik moest mezelf dwingen weg te kijken. Ik hunkerde ernaar om hem te zien, maar als iemand die uitgehongerd is en langzaam moet eten, kleine hapjes moet nemen, omdat wat hij liever dan wat ook ter wereld zou willen , plotseling wel eens te veel voor hem zou kunnen zijn.’

Valentines zeggingskracht is bij momenten duizelingwekkend. Het is ook in en door haar rijke en betoverende taal dat de vreemde personages en gebeurtenissen tot leven komen en aannemelijk worden. Valentine grijpt niet naar uitgebreide, al dan niet logische verklaringen , waartoe mindere literaire goden wel eens hun toevlucht zoeken. Zij heeft aan taal genoeg om het onmogelijke mogelijk te maken.

‘Onder de hoogstaande zon was zijn schaduw zuiver licht. Hij was het brandglas dat de warmte concentreerde op stukjes grond die begonnen te smeulen en achter hem ontvlamden.’

Hoe bizar en vergezocht sommige elementen ook lijken – piano’s die zichzelf bespelen, mensen die door de lucht zweven, aders die oplichten en vonkjes afgeven en jongens die door de tijd reizen en op willekeurige momenten in tijd en ruimt opduiken – in de woorden van Valentine worden ze op slag aannemelijk.

Weergaloos mooi

Hallo Nu vertelt een weergaloos mooi en ontroerend verhaal over liefde, hartstocht, verlies, gemis en doorgaan na verlies, over de met niets te vergelijken ervaring van een overweldigende eerste liefde, en over de pijn van een gebroken hart. 

Jenny Valentine is erin geslaagd om het magische, het overrompelende, maar ook het lastige, het pijnlijke, het verwarrende van de liefde in woorden te vatten. Dat doet ze door een onvergetelijk verhaal en al even onvergetelijke personages vorm te geven in schitterende taal.

Hallo Nu is een origineel en uniek verhaal, uiterst meeslepend, ongrijpbaar en bij momenten hartverscheurend, een verhaal dat je niet loslaat, dat je aan het denken zet en door je hoofd blijft spoken, lang nadat je de laatste pagina hebt omgeslagen.

Jenny Valentine: Hallo Nu, Luitingh-Sijthoff, 2020.
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge.
ISBN 9789024592180.

0

Deel dit bericht

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

LEES OOK

Wervelend stapelverhaal

Over Een touw in de lucht van Mattias De Leeuw …

Een stomp vol in de maag

Over Zwarte zwaan van Gideon Samson …

Een boek als een warme deken

Over Papa is een ijsbeer van Edward van de Vendel en Saskia Halfmouw …
Abonneer
Laat het weten als er
0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Een zoon, zijn vader en een stelletje vermakelijke goden

Reading literature gives us images to think with.

— Aidan Chambers

meest recente berichten

De Godden Broers

Een Goddenzootje

Terr Ultima cover vk

Spel tussen werkelijkheid en verzinsel

Kop op Herman!

Herman heeft een baaldag

Zoeken